Insomnie bij jonge kinderen: hoe doorbreekt u de cirkel?

Datum
Tag
Juli 2025
Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Insomnie is de meest voorkomende slaapstoornis bij kinderen. Wanneer is sprake van een slaapstoornis en geen slaapprobleem? Hoe komt insomnie tot uiting bij kinderen en welke interventies zijn mogelijk? Eén ding is zeker: de rol van ouders is cruciaal. Zij kunnen de negatieve cirkel doorbreken. 

Uit onderzoek blijkt dat insomnie bij een kwart van de Nederlandse kinderen in een bepaalde periode voorkomt. Ouders van kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar noemen bijvoorbeeld dat hun kind weigert om naar bed te gaan, bang is om te gaan slapen, ’s nachts meerdere keren wakker wordt en/of te vroeg wakker wordt. 

Slaapprobleem of slaapstoornis?

Wanneer spreken we van een slaapstoornis in plaats van slaapproblemen? Dat is wanneer er 3 maanden lang, minimaal 3 slechte nachten per week zijn. Bij gezonde en vlot ontwikkelde kinderen zien we klachten van slaperigheid overdag of juist hyperactiviteit, concentratieproblemen, prikkelbaarheid (snel huilen of driftbuien). Het zijn dan vooral de oververmoeide ouders die we in de spreekkamer zien. Het is van essentieel belang om ouders serieus te nemen en te ondersteunen, omdat zij degene zijn die de negatieve cirkel kunnen doorbreken. 

Sleep onset associaties

Sleep onset associaties komen veel voor. Dit betekent dat een kind alleen onder bepaalde omstandigheden in slaap kan vallen. Soms spelen angsten hierbij een rol (voor donker of om alleen te zijn) met als gevolg dat de ouder erbij moet blijven om het kind gerust te stellen. Bij het wakker worden in de nacht, is de ouder opnieuw nodig waardoor hun nachten onderbroken worden. Veel kinderen groeien hier overheen en slapen in de peutertijd beter door, maar helaas gaat dit bij een grote groep kinderen – vooral bij kinderen met een bijzondere aandoening – niet zo vanzelf. 

Eerste adviezen

Als er sprake is van insomnie kan het vaak volstaan om gedragsmatige interventies met de ouders te bespreken. Een aantal hiervan zijn beschreven in de JGZ Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen, verschenen in 2017 (Vlasblom et al., 2017). Slaap-Waakcentrum SEIN is betrokken bij de herziening die momenteel plaatsvindt. Bij jonge kinderen kan het bijvoorbeeld gaan om een positief bedritueel, graduele afbouw van aanwezigheid van de ouder of juist co-sleeping. Andere mogelijke interventies zijn bedtime fading en gedragstherapie, waaronder positive parenting, stickerbeloningssysteem, ontspanningsoefeningen voor ouders en kind, evenwicht in rust en actief zijn in de week. 

De keuze van de interventie hangt sterk af van hetgeen het kind nodig heeft. Maar ook van de draagkracht van ouders en de steun die er is in de omgeving, zoals van opa en oma, de groepsleidster van het kinderdagverblijf of de werkgever van de ouder. De interventie kan in het begin de slaapproblemen juist verergeren en pas na een paar weken resultaat geven. Het is van belang dat ouders/verzorgers dezelfde aanpak hanteren om de cirkel definitief te doorbreken. 

Interventies

  • Positief bedritueel wil zeggen dat ouders het kind op een rustige manier naar bed laten gaan volgens een vaste manier. Bijvoorbeeld: ontspannende activiteiten 1 uur voor bedtijd, geen beeldschermen en schemerdonker maken in de kamer, vaste bedtijd aanhouden, tanden poetsen en pyjama aan, verhaaltje voorlezen of een liedje zingen en welterusten zeggen. Bij kinderen die bang zijn, mag de deur op een kier en een zacht lampje aan. 
  • Graduele afbouw van aanwezigheid van de ouder: de ouder brengt een kind naar bed volgens de vaste routine en gaat op een stoel zitten naast het kind. Als hij/zij gaat huilen, troost de ouder kort en gaat vervolgens weer op de stoel zitten. Dit herhalen totdat het kind slaapt. Na een paar dagen of een week, verschuift de ouders de stoel een stukje verder, totdat deze uit de kamer is. 
  • Co-sleeping betekent dat het kind een vaste plek van slapen heeft en dat de ouder ernaast gaat slapen om die geruststelling te geven die het nodig heeft. Als het slapen beter gaat, gaat de ouder weer in de eigen kamer liggen. 
  • Bedtime fading betekent dat de bedtijd 30-60 minuten naar later opgeschoven wordt om aan te sluiten bij het biologische klokritme en de slaapdruk wat te verhogen. Verbetert het slapen na een paar weken, vervroeg de bedtijd dan weer met een half uur om zo de juiste slaapbehoefte te bewerkstelligen. 
  • Gedragstherapie kan bestaan uit programma’s voor Positive Parenting (Triple P) of gezinsbegeleiding om structuur, regelmaat en voorspelbaarheid te creëren thuis. Een beloningssysteem kan voor peuters en kleuters helpend zijn om gezonde slaapgewoontes aan te leren. Ontspanningsoefeningen voor ouder en kind helpen de spanning rondom de avond/nacht te verlagen. 
  • Evenwicht in rust: Tot slot is van belang te kijken naar de verdeling in de week: in sommigen gezinnen zijn er voortdurend ‘prikkels’ en weinig momenten van rust. Het is belangrijk om voor ieder gezinslid momenten van rust te creëren, om zo weer te kunnen opladen.