Nieuws

Huilbaby’s: hoe het best te troosten?

donderdag, 25 april 2019


Ouders van een huilbaby zijn vaak de uitputting nabij. Slapeloze nachten, schaamte, frustratie, met als grote wanhopige vraag: “Hoe troost ik mijn kindje?”. Uit een nieuwe studie van SEIN in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (UvA) blijkt dat een combinatie van inbakeren, geluid maken en bewegen kan helpen. En bijna nog belangrijker, het blijkt dat een zogenaamd ‘slim bedje’ de baby net zo goed kan troosten als de ouders zelf.

De resultaten van het onderzoek zijn op woensdag 24 april gepubliceerd in het wetenschappelijke open acces tijdschrift ‘PLOS ONE’.


Als een baby veel huilt, kan dit een grote impact hebben op zowel de baby als de ouders. Ouders van excessief huilende baby’s zijn vaak uitgeput en ervaren vaak depressieve klachten. Excessief huilen is zelfs geassocieerd met ziekenhuisopname van de baby en het shaken baby-syndroom.

Bewezen effectieve methoden om huilbaby’s jonger dan 6 maanden te troosten ontbreken echter. Pedagogen Eline Möller, Wieke de Vente en Roos Rodenburg van SEIN en de UvA wilden hier verandering in brengen. Zij onderzochten daarom of de combinatie van inbakeren (het inwikkelen van de baby in een doek), geluid (kalmerend sussen) en beweging (wiegen) een spontane troostrespons opwekt wanneer ouders hun baby troosten of wanneer een ‘slim bedje’ de baby troost. Daarbij keken zij ook of de leeftijd van de baby van invloed is op de troostrespons.

Twee condities
In totaal werd gekeken 69 baby’s (van 0 tot 6 maanden) met een van de ouders. Het onderzoek bestond uit twee condities: de ouder en het slimme bedje. In beide condities werden drie fasen van twee minuten doorlopen: 1) de baseline om de uitgangswaarde te bepalen, 2) op de rug leggen en 3) troosten. Möller legt uit: ‘Bij de baseline zat de baby bij de ouder op schoot. Vervolgens wekten we onrust op door de baby alleen op de rug te leggen, waarna troost door de ouder volgde - de ouder suste en wiegde de ingebakerde baby. Dezelfde fasen liepen we door met het slimme bedje, dat ook wiegt en een sussend geluid maakt.’

Bedje versus ouder
Onrust en de hartslag van de baby waren in beide condities, dus ongeacht of de ouder of het bedje troost gaf, lager dan in de voorafgaande fase waarin de baby op de rug lag. Dit geeft aan dat de baby’s in beide condities met een troostrespons reageerden op inbakeren, beweging en geluid. Qua hartslag was de troostrespons sterker in het slimme bedje. Maar het omgekeerde was het geval bij geobserveerde onrust: daar was de troostrespons juist sterker bij troost door de ouder.

‘Of de ouder of het bedje effectiever is voor het kalmeren van baby’s is niet duidelijk, maar dat is eigenlijk ook niet zo relevant’, vervolgt Möller. ‘Het is niet óf de ouder óf het bedje. Baby’s hebben natuurlijk menselijk contact nodig voor troost. Het bedje zou een aanvulling kunnen zijn op alle goede dingen die ouders zelf al doen om hun baby te troosten.’

Vooral voor ouders met een huilbaby zou het bedje wellicht een uitkomst kunnen zijn. Zij raken soms zo uitgeput waardoor ze minder sensitief en responsief reageren op hun baby, wat kan resulteren in een vicieuze cirkel waarin de ouder en de baby elkaar steeds meer uit balans brengen: nog meer huilen bij de baby en nog meer uitputting bij de ouder. Een slim bedje zou dan een oplossing kunnen bieden.

Vervolgonderzoek
‘Het is belangrijk om op te merken dat onze studie plaatsvond in een kunstmatige omgeving: ons lab’, aldus Möller. ‘Het is nu zaak om om te kijken of onze resultaten ook in de thuissituatie bevestigd worden.’ Möller en Rodenburg doen reeds kleinschalig onderzoek waarbij het slimme bedje bij ouders thuis wordt geplaatst. De resultaten ervan zijn veelbelovend: baby’s en ouders slapen betekenisvol beter en ook het huilen neemt significant af. ‘Ouders zijn dikwijls zo tevreden met het bedje dat zij vragen of het bedje langer in huis mag blijven.’