Medicijnen bij epilepsie

Epilepsiemedicijnen (anti-epileptica) onderdrukken epileptische aanvallen. Uw neuroloog of kinderneuroloog schrijft een medicijn voor dat past bij de vorm van epilepsie en de aanvallen, en dat bovendien weinig bijwerkingen heeft. Helpt dat medicijn niet genoeg, dan bespreekt de neuroloog met u welke andere medicijnen mogelijk zijn.

Aanvalsvrij

De meeste mensen worden aanvalsvrij bij het 1e of 2e middel dat de specialist voorschrijft. De kans om aanvalsvrij te worden is onder andere afhankelijk van het type epilepsie en van de oorzaak. Wordt iemand niet aanvalsvrij met het 1e of 2e epilepsiemedicijn? Dan is de kans kleiner dat diegene nog aanvalsvrij wordt met een ander medicijn.

Naar epilepsiecentrum

Geeft de behandeling met medicijnen na twee jaar niet genoeg resultaat? Of heeft u twee anti-epileptica geprobeerd en zijn u en uw specialist niet tevreden over de effecten? Dan zal de specialist u waarschijnlijk doorverwijzen naar een epilepsiecentrum, zoals SEIN. Bij SEIN zoeken we dan naar de beste behandelmethode. Bijvoorbeeld andere medicijnen of een bepaalde combinatie van medicijnen.

Bijwerkingen anti-epileptica

De bijwerkingen van anti-epileptica zijn vaak heel belangrijk bij het kiezen van een medicijn. De verschillende anti-epileptica hebben namelijk verschillende bijwerkingen. Het kan dus zo zijn dat een middel wel goed werkt tegen aanvallen, maar toch niet succesvol is vanwege de bijwerkingen. Sommige middelen hebben specifieke bijwerkingen en zijn daardoor ongeschikt voor vrouwen met een kinderwens of ouderen.