Standby

Op deze pagina

Interview Herma Jansen, verpleegkundig specialist

Welke maatregelen zijn er speciaal voor je genomen, ten tijde van corona? En wat veranderde er in de manier van werken?

Ik zag geen cliënten meer op afspraak in het gezondheidscentrum (GHC). Neurologen deden hun werk voornamelijk via beeldbellen en waren niet meer op het GHC aanwezig. Daardoor had ik meer tijd om hulp te bieden bij de stand-by diensten. Uiteindelijk kreeg ik ook ruimte om te helpen om de Corona Care Unit (CCU) op te bouwen. Eigenlijk zijn er geen speciale maatregelen voor mij genomen, ze kwamen op mijn pad. Een deel van mijn werk viel weg en ergens anders werd hulp gevraagd.

Wat heb je als lastig ervaren in deze periode?

Ik ben gediplomeerd verpleegkundig specialist, maar doordat ik een tijd lang ander werk heb gedaan, ben ik uitgeschreven uit het register voor Verpleegkundig Specialisten. Bij SEIN kreeg ik de mogelijkheid om aan mijn herregistratie te werken, maar in de eerste coronaperiode raakte dit in het slob. Als ik ergens voor ga, doe ik dat met volle overgave. Op dat moment richtte ik me meer op de CCU en de steun aan het stand-by team, dan op mijn opleiding. Ik heb mijn herregistratie dus opzij geschoven. Maar ondertussen loopt dit traject weer.

Het sluiten van het logeerhuis om daar een CCU op te zetten, zag niet iedereen als de beste oplossing. In het begin had ik het gevoel dat ik tussen die discussie zat. Medewerkers van het logeerhuis kregen geëmotioneerde ouders aan de telefoon, omdat zij geen plek meer hadden voor hun kind. En de organisatie, en ik ook, was van mening dat het logeerhuis de aangewezen locatie was om CCU op te zetten. Dat was lastig.

Leverde het ook iets positiefs op?

De nieuwe werkzaamheden waren in eerste instantie vooral ad hoc. Het ging om het helpen opzetten en begeleiden van de medewerkers van de CCU. Dat ad hoc iets moeten doen, past erg goed bij mij ben ik achter gekomen. En ik kwam in deze periode met veel collega’s op allerlei niveaus in contact. Ik heb veel collega’s leren kennen. Het was een heel creatieve periode.

Is deze nieuwe tijdelijk rol en zijn de genomen maatregelen goed gecommuniceerd met je en kon je hierin meedenken en beslissen?

Ik ben niet echt gevraagd voor deze rol, maar er ingerold. Mede door mijn jarenlange ervaring als verpleegkundige in een ziekenhuis ben ik door de huisartsen van het gezondheidscentrum meegenomen om de CCU op een zo goed mogelijke manier in te richten. Doordat dit best intensief was, was ik op de hoogte van alle protocollen en werd ik vanzelf een vraagbaak voor collega’s die op de CCU werkte. Het werkte ook andersom. Ik zag en hoorde soms hoe moeilijk het voor medewerkers was om de nieuwe richtlijnen in praktijk te brengen op de gebouwen. Protocollen zijn vaak geschreven voor managers, maar voor mensen op de werkvloer was het soms onduidelijk hoe ze dit in de praktijk moesten brengen. Ik heb daarom ook zoveel mogelijk geprobeerd om bepaalde delen van het protocol zo te laten schrijven dat iedereen het zou begrijpen. Ik merkte dat de regels voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) moeilijk in de praktijk te brengen waren. Samen met mijn collega Sarah ben ik toen filmpjes gaan maken. Met hulp van collega’s hebben we een hele reeks gemaakt.

Heb je het idee dat er voldoende zorg gegeven kon worden? Waar is eventueel iets blijven liggen?

We moesten allemaal een stap harder werken, maar de zorg werd uitgevoerd! De evaluaties over het gebruik van alarmsystemen bij een epilepsieaanval zijn uitgesteld. Dat is ondertussen weer opgepakt. Maar dat had geen gevolgen voor de zorg, omdat juist bij nieuwe alarmsystemen meerdere apparaten zijn aangesloten. Daardoor is de veiligheid van onze cliënten nooit in het gedrang geweest.

Hoe verliep de samenwerking?

Er was wel veel uitval van collega’s, door ziekte, maar ook omdat er, met name bij de eerste coronagolf, altijd iemand van de stand-by verpleegkundigen op de CCU werkte. Je hielp elkaar waar nodig! Er was ook een soort van saamhorigheid. Je streed allen voor het zelfde doel: de best mogelijke zorg voor de cliënten en corona zoveel mogelijk buiten de deur houden. Het team op de CCU kende elkaar over het algemeen niet. Zij moesten binnen korte tijd op elkaar kunnen vertrouwen. Natuurlijk gaat dat niet in één dag. Alles moest nog uitgevonden worden. Hoe gaan we rapporteren? Het elektronisch medische dossier Medimo was nog niet in ieder gebouw omgezet. Wat zijn precies je taken binnen en buiten de CCU? Maar ik denk dat iedereen op een gegeven moment op elkaar kon bouwen.

Wat kon beter?

Bij het eerste gebruik van de CCU waren er best wat verbeterpunten. Gaande weg werden die steeds duidelijker. Maar de tijd was te kort om dat te veranderen. Bij de tweede coronagolf dreigden we in dezelfde valkuil te stappen. Gelukkig waren er een aantal ‘doorgewinterde’ medewerkers die alles weer snel op de rit hadden. Nu staat alles beschreven! En nu maar hopen dat we het niet meer hoeven te gebruiken.

Hoe onderhield je contact met je collega’s?

Ik was zoveel mogelijk ‘s morgens aanwezig voor de overdracht tussen artsen en de stand-by verpleegkundigen op het gezondheidscentrum. Dan heb je de mogelijkheid om met elkaar te kunnen sparren. En dan waren er natuurlijk de appgroepjes om alle dingen van de dag met elkaar te delen. Want ja, er was en is nog steeds een leven buiten corona. Collega’s op de CCU konden contact opnemen met een gedragswetenschapper, die speciaal aan de CCU was toegewezen. Zodat ze de ervaringen vanuit de CCU konden delen. Niemand wist hoe het werk op de CCU zou verlopen. We moesten rekening houden met machteloosheid bij ernstige ziekten en overlijden. Het had best een heftige periode kunnen worden, zeker omdat je op het nieuws niet de meest positieve berichten zag. Gelukkig is ons dat bespaard gebleven. Het was en is soms nog best een hectische tijd. Dat kost veel energie, maar het heeft mij over het algemeen ook iets positiefs gebracht.