HomeWetenschappelijk onderzoekOnderzoeksprogramma'sTranslationeel neuropathologisch epilepsie onderzoeksprogramma

Translationeel neuropathologisch epilepsie onderzoeksprogramma

Neuropathologische studies hebben bijgedragen aan de identificatie van belangrijke signaleringsroutes, zoals de “mammalian target of  rapamycine” (mTOR) route, die betrokken is bij de pathogenese van een groot spectrum van hersenontwikkelingsstoornissen. Bovendien ondersteunt een toenemend aantal waarnemingen (gebaseerd op zowel experimentele als menselijke studies) de rol van ontsteking bij de pathofysiologie van epilepsie.
Deze studies wijzen op de rol van specifieke cytokines en pro-inflammatoire signaleringroutes in epilepsie door middel van het permanent verlagen van de drempel voor aanvalsactiviteit. Ook kunnen zij bijdragen aan de gedragsstoornissen die vaak geassocieerd zijn met epilepsie en een mogelijk doel zijn voor nieuwe geneesmiddelen die de ziekteontwikkeling kunnen stoppen.

Op zoek naar een effectieve ziekte-veranderende therapie, die gericht is op pathologische neuro-inflammatie, bestudeert de onderzoeksgroep het controlemechanisme van ontstekingsprocessen. Daarbij richt de groep zich op microRNA's (niet-coderende stukjes RNA die de expressie van genen kunnen reguleren), in het bijzonder microRNA’s die de pro-epileptogene signalering kunnen remmen.

Ook richt de onderzoeksgroep zich op de identificatie van nieuwe biomarkers om de verschillende stadia van epileptogenese te karakteriseren en de ontwikkeling van de ziekte te voorspellen/diagnosticeren.

Daarnaast is de groep betrokken bij het ontwikkelen van een geïntegreerd klinisch-pathologisch-genetisch classificatiesysteem voor hersenontwikkelingsstoornissen en epilepsie-geassocieerde tumoren en de implementatie van deze geïntegreerde diagnostische aanpak in de neuropathologie van epilepsie. De implementatie van specifieke richtlijnen, inclusief een post-mortem hersenonderzoek, is niet alleen van essentieel belang om de detectie van de pathologie die heeft geleid tot epilepsie en overlijden te verbeteren, maar ook voor de classificatie van plotseling overlijden bij epilepsie (Sudden Unexpected Death in Epilepsy) en voor verder onderzoek naar preventie van epilepsie-gerelateerde sterfte.