Nieuws

Koninklijke Onderscheiding voor strijdbare neuroloog SEIN

vrijdag, 18 september 2015

Vanmiddag om 13.30 uur heeft burgemeester Meijer van de gemeente Zwolle de Koninklijke onderscheiding Officier in de Orde van Oranje-Nassau uitgereikt aan de heer dr. A.W. de Weerd. De Weerd is van zeer grote betekenis geweest voor de slaapgeneeskunde in Nederland. Het is met name zijn bijzondere verdienste geweest dat er in Nederland nu tien geaccrediteerde slaap-waakcentra zijn. De uitreiking vond plaats bij aanvang van het symposium ter gelegenheid van zijn afscheid als hoofd van de afdeling Klinische Neurofysiologie en het Slaap-Waakcentrum van SEIN.

Burgemeester Meijer, Renilde van der Bossche (vrouw van Al) en Al de Weerd.

De Weerd  heeft zijn strijd voor een kwaliteitssysteem voor een groot deel in zijn vrije tijd gedaan. Vanaf 2000 heeft hij gestreden voor nationale richtlijnen voor accreditatie van slaapcentra en certificering van in slaap gespecialiseerde artsen. Tien jaar later heeft zijn strijd resultaat en wordt de Federatie van algemene Slaapcentra (FSC) opgericht. Deze organisatie verzorgt de accreditatie aan de hand van de richtlijn van de European Sleep research Society (ESRS). Sinds 2011 is De Weerd voorzitter van de FSC.

Sinds 1980 legt De Weerd zich al toe op uiteenlopende aspecten binnen de Klinische Neurofysiologie op het gebied van slaapgeneeskunde en vanaf 2004 ook de epilepsie. Hij heeft veel wetenschappelijk onderzoek op deze gebieden gedaan. Van 1981 tot 1988 was De Weerd lid en later voorzitter van de examencommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Neurofysiologie. In 1992 richtte hij het slaapcentrum op van het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. In 2004 vertrok hij naar Zwolle en richtte hier het Slaap-Waakcentrum van SEIN op. Vele malen is hij lid geweest van de scientific committees die de Europese congressen voor Klinische Neurofysiologie organiseren.

Het symposium van vanmiddag is een weerspiegeling van de carrière van De Weerd. Slaap- en waakstoornissen komen bij mensen met epilepsie ongeveer tweemaal zo vaak voor als bij mensen zonder epilepsie. Kennis en kunde hierover worden belicht door enkele van De Weerd zijn promovendi.