Nieuws

“Het is heel belangrijk voor Saskia dat ze zich veilig voelt”

donderdag, 8 februari 2018

SEIN biedt woonzorg voor mensen met epilepsie in combinatie met andere beperkingen. Saskia Besseling heeft niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Ze woont sinds mei 2011 in gebouw 3 op De Cruquiushoeve, gemeente Haarlemmermeer. Haar ouders zijn blij dat de medewerkers daar zo goed met Saskia’s beperkingen kunnen omgaan.

Saskia Besseling met haar ouders

Saskia aan haar tafeltje bij het raam

In de huiskamer van afdeling B1 staat een tafeltje tegen het raam. Daarvandaan kun je gezellig naar buiten kijken. Het is het vaste tafeltje van Saskia Besseling (38). Ze vindt het heerlijk om er te knutselen, te schilderen of te kleuren. Vaak kleurt ze varkentjes, want daar is ze gek op.

“Vóór ze bij SEIN kwam wonen, had ze heel zware epileptische aanvallen,” vertelt Ellen Besseling, de moeder van Saskia. “Ze viel zo veel, dat ze meestal bont en blauw zag. In die tijd was het een zielig hoopje mens. De medewerkers van de instelling waar ze toen woonde, hadden ook moeite met haar gedrag. Saskia kon best agressief worden. Maar bij SEIN is ze in korte tijd helemaal opgebloeid. Het was hartverwarmend hoe de begeleiders haar hebben ontvangen. Begeleidster Lia leek wel een soort tweede moeder voor haar. We zagen Saskia toen ook voor het eerst weer lachen.” Vader Karel Besseling: “Het is heerlijk om haar te zien lachen. Als Saskia lacht, schijnt de zon.”

Mary Kuylenburg, coördinator IOP (Individueel Ondersteuningsplan): “Heel zware aanvallen, de zogeheten tonisch clonische aanvallen, heeft Saskia nu niet meer. Het komt niet vaak meer voor, maar als ze nu een aanval heeft, zakt ze weg en verkrampt ze enigszins. Meestal gebeurt dat in bed. Saskia wordt begeleid door een multidisciplinair team. Dus behalve de neuroloog is er onder andere een gedragswetenschapper, een fysiotherapeut en een psycholoog bij de ondersteuning betrokken. Saskia is nu goed ingesteld, dat wil zeggen dat ze precies die medicatie – en die dosering – krijgt die bij haar het beste werken tegen de epilepsie.”

Gentle Teaching

Ellen: “Saskia vindt hier ook de rust die ze nodig heeft. De begeleiders werken volgens de Gentle Teaching methode. Je moet Saskia niet onder druk zetten. Als je haar de tijd geeft, gaat ze uit zichzelf wel dingen doen. De juiste aanpak is heel belangrijk voor Saskia. En dat doen ze hier fantastisch. Iedereen zit ook op één lijn.”

Mary: “Als Saskia niet goed in haar vel zit, veel moppert of gaat gillen, gaan we ervanuit dat er iets is dat ze vervelend vindt. Ze kan zelf niet altijd goed uitleggen wat er is. We kijken dan wat haar dwars zit. Is het iets lichamelijks? Heeft ze misschien een blaasontsteking? Als we vermoeden dat ze pijn heeft, halen we de huisarts erbij. Het kan ook zijn dat het met onze benadering heeft te maken. Misschien vroegen we dingen van haar die ze niet wilde.”

Woonbegeleidster Daniëlle van Heerden: “Met ongeduld bereik je niets bij Saskia. Dan wordt ze boos. Er is een tijd geweest dat ze ons ’s avonds vanuit haar bed voortdurend aan het roepen was. Toen we besloten consequent elke keer te gaan kijken, werd dat roepen uiteindelijk steeds minder.”

Ellen: “Het is heel belangrijk voor Saskia dat ze zich veilig voelt. Hier weten ze haar dat gevoel te geven. Voor ons is het ook fijn om te weten dat Saskia hier op haar plek is. Toen ze nog in die andere instelling woonde, was ik altijd panisch als de telefoon ging. Ik dacht dan meteen dat er misschien iets met Saskia was gebeurd.”

Gekke gezichten trekken

Karel: “Als we hier in het weekend komen, is het soms echt feest. Dan heeft Timo, een van de begeleiders, bijvoorbeeld een sjoelbak neergezet. De hele groep zit er dan omheen. Timo gaat ook schoonmaken met de bewoners. Dan krijgen ze allemaal een doekje en mogen ze meehelpen poetsen. Ze hebben dan de grootste lol.”

Ellen: “Ze vindt het leuk om gekke gezichten te trekken. En als wij gekke bekken trekken, moet ze daar vaak erg om lachen. Ze houdt er ook van dat we anekdotes vertellen. Zo van ‘Weet je nog toen we net deden alsof die konijnenkeutels dropjes waren?’ Ze ligt dan helemaal in een deuk.”

Tevreden naar bed

Karel: “Saskia is ook veel vrijer geworden. Was het voorheen zo dat ze haar kamer niet uit wilde komen, nu gaat ze vaak mee naar een andere afdeling. Dan zitten ze met z’n allen in de huiskamer van A1.”

Daniëlle: “Ze gaat ook af en toe naar de dagbesteding beneden. Ze vindt het leuk om gips te gieten. Die figuurtjes beschildert ze dan ook zelf. Wil ze weer terug naar haar eigen afdeling, dan doen we dat meteen. Saskia kan niet goed tegen drukte. Daarom krijgt ze de gelegenheid om zich terug te trekken. Soms geeft ze uit zichzelf al aan dat ze naar bed wil. Ze gaat dan tevreden slapen.”

Mary: “Het is wel zo dat ze fysiek achteruit gaat. Dat is inherent aan haar aandoening. Ze kwam hier lopend binnen, maar nu zit ze in een rolstoel. Dus wat haar mobiliteit betreft staan we regelmatig voor een uitdaging. We hebben nu de zogeheten Sara Stedy voor haar. Je zou het een transferlift kunnen noemen. Het is een hulpmiddel waarmee we haar van haar rolstoel in haar bed kunnen helpen. Dat scheelt ons flink tillen en voor haarzelf is het ook prettiger.”

Helemaal ‘thuis’ bij SEIN

Karel: “Omdat haar lichamelijke conditie achteruit is gegaan, komt ze nog maar twee keer per jaar bij ons thuis in Beverwijk, meestal op een ochtend. Er komen dan twee begeleiders van SEIN mee. We maken er dan echt een feestje van, halen taart in huis en nodigen nog andere familieleden uit, zoals haar zus. Ze vindt het heel leuk, maar aan het eind van zo’n ochtend is het dan weer welletjes geweest. Ze laat dan weten dat ze naar huis wil. Eerst was haar thuis ons huis in Beverwijk. Nu is het afdeling B1 van gebouw 3 bij SEIN. En we zijn blij dat SEIN echt een ‘thuis’ voor haar is.” 

 

 

Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

Bij Saskia Besseling werd op driejarige leeftijd een hersentumor geconstateerd. Ze is hieraan geopereerd en de tumor werd bestraald. Een en ander leidde uiteindelijk tot hersenletsel. Een niet-aangeboren hersenletsel kan verregaande beperkingen met zich meebrengen, zowel lichamelijk, cognitief (denkvermogen, vermogen om dingen te leren en te onthouden), emotioneel als gedragsmatig.