HomeOver epilepsieSoorten aanvallen

Soorten aanvallen

De volgende epileptische aanvallen komen het meest voor:

  • De gegeneraliseerde tonisch clonische aanval: de grote aanval.
    Tonisch betekent verkramping, clonisch betekent ritmisch schokken. Eerst verkrampen alle spieren en raakt de patiënt buiten kennis. Na de kramp gaan de armen, benen en het hoofd hevig schokken. Patiënten kunnen tijdens de aanval verwond raken omdat ze vallen, of op hun wang of tong bijten. Na een grote aanval kunnen mensen moe en verward zijn.
  • De absence of afwezigheid.
    Dit is een bewustzijnsdaling van enkele seconden: iemand is even weg, reageert niet op aanspreken of op een andere prikkel. Soms draaien de ogen even weg of zakt de patiënt even door de benen.
  • De complex partiële aanval.
    Dit is een bewustzijnsdaling in combinatie met bepaalde automatische bewegingen. Bijvoorbeeld: in de handen wrijven, rondlopen of smakken en slikken. Deze aanval duurt meestal langer dan een absence.

Andere soorten aanvallen:

  • Atonische aanvallen: de spieren verslappen en de patiënt raakt kort bewusteloos.
  • Eenvoudige partiële aanval: dingen zien, horen, proeven en voelen met lichte spiertrekkingen.
  • Myoclonische aanval: aanval met gelijkmatige spierschokken van armen en benen.
  • Status epilepticus: een aanval die niet spontaan ophoudt. Een serie aanvallen, waarbij de ene aanval direct volgt op de volgende, kan zich ontwikkelen tot een status epilepticus, maar de precieze definities van een status epilepticus verschillen nogal. Sommige richtlijnen spreken al na 5 minuten en andere pas na 30 minuten over een status epilepticus. Het is in ieder geval belangrijk om bij een aanval langer dan 5 minuten al actie te ondernemen. Een status epilepticus kan gestopt worden met coupeermedicatie.